Praktijkopdrachten

De opleiding Integrale Veiligheidskunde van Hogeschool Utrecht kiest voor een competentiegericht onderwijsprogramma met als belangrijkste doelstelling de aansluiting van het onderwijs op de beroepspraktijk. Het leren in de praktijk is een belangrijk onderdeel van de opleiding Integrale Veiligheidskunde.

Studenten oriënteren zich op beroepsvaardigheden en leren hun kennis, inzicht, vaardigheden en houdingsaspecten daarbij toe te passen. Studenten gaan vanaf het eerste jaar stagelopen en zetten dit voort in het tweede en derde studiejaar.

U vindt op deze pagina’s informatie over de verschillende vormen van praktijkonderwijs (stages, projecten) die voor u interessant zijn.

Eerste studiejaar: Project Integrale Veiligheid Toepassing: Met het project “De Veilige Sportvereniging” onderzoekt de student veiligheidsthema's die spelen rond sportverenigingen in de praktijk. De projectopdracht wordt samen met het werkveld geformuleerd. Studenten starten met het maken van een projectplan in februari waarna het onderzoek in maart/april wordt uitgevoerd. Het resultaat bestaat uit een onderzoeksrapport en een adviesnotitie. Het betreft een eerstejaarsproject, waarbij de kwaliteit ook op dat niveau moet worden ingeschat.

Tweede studiejaar: Concretiserende stage omvat 224 uur. De stage is gericht op het relatief zelfstandig functioneren in de beroepspraktijk door het uitvoeren van meervoudige taken en het leren toepassen van werkmethodieken en handelingsinstructies. Het startmoment van de stage is november of februari. De stagedagen zijn dinsdag en woensdag.

Derde studiejaar: Specialiserende stage van ongeveer 5 maanden, 34 uur per week. De stage is gericht op zelfstandig functioneren, is complex voor wat betreft doelen en handelswijze en behelst een resultaatbeschrijving. Het startmoment van de stage is september of februari.

Vierde studiejaar: Afstuderen. De student formuleert een onderzoeksvraag i.s.m. de opleiding en voert een onderzoek (in veel gevallen, maar niet verplicht) binnen een organisatie uit. Onderzoeksbegeleiding vindt op school plaats. De beoordeling ligt bij de opleiding. Er zijn geen contactmomenten tussen de opleiding en de afstudeerbegeleider binnen de organisatie. De voortgang van het onderzoek wordt gestuurd door de opleiding. Door de opleiding worden geen specifieke eisen gesteld aan de organisatie of de afspraken die tussen de student en de afstudeerplek worden gemaakt. De studiebelasting van het gehele onderzoek is ongeveer 600 uur. Het resultaat is altijd volgens de minimum hbo-eis.

Overzicht van het praktijkleren

Per studiejaar is er een studiehandleiding Praktijktijd. Hierin staat alle informatie over de betreffende stage, zoals vorm en duur. Deze kunnen wij u, op aanvraag, toezenden.

Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Sluiten